Nieuws 2009
Column Carrie
13-03-09 - Tijdens een ontmoeting met Schoolmaatschappelijk werkers en de intakers van de geestelijke gezondheidszorg, heeft Carrie speciaal voor die gelegenheid deze column geschreven en voorgelezen.
Lieve schoolmaatschappelijk werkers en GGZ-tjes en eventueel aanverwante artikelen.
Er is mij gevraagd jullie vanmiddag met een stichtelijk woord de borrel in te sturen. En misschien is het handig als ik daarvoor mijzelf nog even uitgebreider voorstel.
Ik ben niet
- Carrie Tefsen, plat Amsterdams, Mien Dobbelsteen en ik kan wel zingen.
- Carrie van Sex en the City, dan waren mijn hakken 25 centimeter hoger, ikzelf 25 kilo lichter en lag ik al met de schoonmaker van dit complex in één van de bezemkasten te hijgen.
- En ook niet Carry Slee, de kinderboekenschrijfster, rijk en lesbisch…
Ik ben zo hetro als de metro en zo arm als een kerkrat. Ik ben gewoon Carrie en ik kom uit Rotterdam. En dat is meteen alweer gelogen want ik ben geboren in Utrecht, op de Oude Gracht, boven het café van mijn oma. Pas op mijn 22e kwam ik naar Rotterdam, om te solliciteren. Ik zag er keurig uit, haren gekamd, jurk gestreken, schoenen gepoetst. Ik kwam het Centraal Station uit… er stond een enorme wind, die staat er in Rotterdam altijd maar dat wist ik toen nog niet. En mijn haar waaide in coupe windhoos, en zo is het sindsdien gebleven.
Er liep een oude man tegen mij op. Ik zei ‘sorry’, want ik was toen nog wel goed opgevoed. Hij draaide zich naar mij om en zei: ‘ach joh, krijg jij helemaal de tering’. En dat leverde meteen een persoonlijk inzichtsmoment op...ik heb geen idee wat dat is maar als iedereen die heeft wil ik dat ook. En dat was dat ik hier in Rotterdam wilde wonen. Want ik was er nog geen twee minuten en ik kon nu al wat krijgen. Gratis en voor niks. Weliswaar de tering meer je moet ergens mee beginnen natuurlijk.
Ik kreeg de baan waar ik voor solliciteerde, maatschappelijk werkster bij het JAC, het jongeren adviescentrum, weglopers vooral uit tehuizen maar ook veel van thuis. En ik vond een kraakpandje om in te wonen. In het Oude Westen. Zoals we allemaal weten de wijk die al jarenlang op nummer 1 staat. Nou ja, van het criminaliteitslijstje maar het is toch scoren.
Bij ons mag dan ook prompt zo preventief gefouilleerd worden dat als ik een doos fonduevorkjes aan de overkant ga kopen, ze anaal moet inbrengen wil ik ze thuis kunnen krijgen.
Waar de scholen zwart zijn en helaas het toekomstbeeld van vele onderwijzers ook: als we ze nu maar op het VMBO krijgen zonder dat ze eerst in de gevangenis hebben gezeten, dan komen we al een heel eind.
Terwijl mijn zoon, 28 jaar en intussen getrouwd met een operazangeres, op een zwarte school terecht kwam waar het personeel ’s ochtends al een half uur enthousiast warmliep voor de kids die ze zo binnen zouden krijgen, zat mijn dochter, nu 18 dus 10 jaar later, op dezelfde school bij een clubje dat zich tot vijf voor half negen afvroeg of ze zich toch maar weer ziek zouden melden.
Het waren niet allen de bezuinigingen in het onderwijs die daarvoor zorgden, maar een groot deel kon je er toch wel aan wijten.
En die kinderen, die je allemaal hoogstpersoonlijk een Prem zou gunnen, komen op het ROC terecht. Vaak niet omdat ze dat willen, maar omdat ze dat moeten. Ze moeten een startkwalificatie halen, waar ze vervolgens toch geen baan mee krijgen, maar daar gaat het nu niet om.
De jeugd heeft de toekomst. En daarom hangen we op 70 plaatsen in Rotterdam Mosquito’s op, om ze te verjagen van hun eigen plek. We proberen met cameratoezicht te volgen wat ze doen, we leiden jeugdwerkers op die niet meer achter de jeugd gaan staan maar ze als een soort pseudo-politie-agent tegemoet treden, we zetten ze vast als ze een lullig telefoontje plegen naar 112. En we zetten ze op Mammoetscholen neer waar ze op de trap qua duwen en trekken al voor hun leven moeten vechten, waar de wc’s overlopen na de eerste pauze en waar de kantine eruit ziet als een derde wereld land. Sorry dat zeg ik verkeerd, als een vuilnisbelt in een derde wereldland.
Maar dat was allemaal voordat jullie er waren. Het schoolmaatschappelijk werk als bruggenhoofd, dat via een maatschap met de school en het Rotterdams Offensief VMBO-MBO een antwoord probeert te formuleren op het WRR-rapport ‘vertrouwen in de school’.
Nou ja, dat staat in de bijsluiter bij vanmiddag, dus het zal wel kloppen. Meer eerlijk gezegd heb ik geen idee wat dit betekent. Terwijl ik toch een uitstekende opleiding heb gehad. In groep vier van de basisschool zei onze juf al: jongens we gaan vanmiddag een moeilijk werkje doen. We gaan zinnetjes maken met het woordje niettegenstaande.
En Marietje mocht beginnen.
Niettegenstaande het feit dat 11.000 Rotterdamse jongeren op de ROC’s het zo moeilijk hebben dat ze hun startkwalificatie niet op eigen kracht kunnen halen, is Frans Bauer multi-milionair met zijn db. Ik hoorde net dat dat diagnostisch beeld betekent, ik dacht dikke buik.
Ja goed, riep de juf, taalkundig gezien dan, want inhoudelijk is het wel treurig dat Frans Bauer weer 20 kilo is aangekomen.
Toen mocht Michell, een jongen die achter Marietje zat. Niettegenstaande het feit dat diezelfde jeugd op zoek is naar helden en voorbeeldfiguren, moeten ze het op tv doen met Adje, een pseudo-debiel, met Gordon, een showdebiel en Patty Brard, die zo de moeder van allebei had kunnen wezen.
Weer goed, de juf klapte in haar handen. Wat had ze toch een knappe kinderen in de klas. En eigenlijk wilde ze toen verder gaan met de les. Maar er zat nog een jongetje met zijn vinger omhoog achter in de klas. Nou vooruit dan maar, zuchtte de juf, Jan probeer jij het dan ook nog maar even. Mijn broer, zei Jan, neemt als hij bij zijn vriendin gaat slapen altijd een matras mee.
Ja? Vroeg de juf bemoedigend, en wat heeft dat met niettegenstaande te maken?
Nou zei Jan, logisch toch, omdat hij niet tegen staande neuken kan.
Kijk, die Jan moet later iets hoogs geworden zijn bij het schoolmaatschappelijk werk of in de geestelijke gezondheidszorg, dat kan niet anders. Dat inzicht, die logica ook.
Dat als je te maken krijgt met dit soort immense problemen je er ook met immense energie tegenaan moet gaan. En samenwerking…. Ik lijk Bert en Ernie wel uit Sesamstraat, maar zo is het natuurlijk wel!
Kijk jullie kennen Tommie niet. Ja wel Tommie uit Sesamstraat maar mijn Tommie ken je niet. Tommie was 20 en werkte bij mij in de winkel. Een schat van een jong maar wel met een chaotische achtergrond. Argentijnse moeder, Nederlandse vader, zodat Tommie tot zijn 7e in Nederland woonde met allebei zijn ouders. Toen met zijn moeder alleen terugging naar Argentinië en daarna op zijn 17e weer naar Nederland kwam.
Waarbij het gekke geval zich voordeed dat hij accentloos Nederlands sprak…nog van toen…maar een woordenschat had waar je je gevoel niet goed mee kon uitleggen.
Tommie was een stuk, bloedmooi om te zien, wij hadden nadat hij een wijk bij mij in de winkel werkte 25% meer vrouwelijke klanten en dat liep alleen maar op.
Tommie speelde in een band. Tommie woonde in een kraakpand. En Tommie leerde elke maand zo’n 100 woorden bij. Uit het modern Rotterdams dan he.
XTC, paddo’s, blowen, veel blowen…maar hij leerde ook inkopen, prijzen, verkopen, afrekenen, kassa controleren en complimentjes krijgen. Blozend en wel, maar toch.
Tot de Sociale Dienst hem op het spoor kwam en hem een opleidingstraject in wilde sturen. Fijn, riep Tommie, en hij gaf onze punkwinkel op als stageplek.
Nou, dat mocht sowieso niet, want dat beperkte hem volgens een afgestudeerde soosknakker teveel. En de opleiding die hij kreeg was niet van winkelbediende 1 of 2. Nee, hij moest in een gebouwtje zoals dit, handenarbeid doen, wekkers leren zetten (letterlijk wekkers leren zetten) en samen leren huilen in de groep.
Tommie vond dat vernederend. Hij was altijd op tijd gekomen in de winkel. Hij was wel eens in de war van de zomer- en de wintertijd, maar dan ging hij de avond ervoor altijd maar in het portiek slapen zodat hij in ieder geval op tijd was.
En dat samen huilen in de groep…ik geloof dat Tommie er nog niet helemaal aan toe was…om aan zijn gevoel te gaan werken. De zaterdag erna, nadat hij vrijdag met zijn bandje de sterren van de hemel had gespeeld in een uitverkocht Waterfront, schreef Tommie een brief…in het Spaans, Engels en Nederlands en hing zich op.
Waarom ik dit verhaal vertel…ik weet niet, misschien als waarschuwing dat je niks los moet maken als je iemand daarna niet vast kan houden.
Jullie hebben te maken met kids die soms gewoon wat steun in de rug, een arm om de schouders, een schop onder de kont nodig hebben. Maar soms ook met kids die zo vast zitten, zo klem in wat ze willen, kunnen en voelen dat een tikkie GGZ geen kwaad kan.
Die mogen natuurlijk nooit de weg kwijtraken tussen een verwijzing hier en een wachtlijst daar. Nou zeg ik sowieso, als je de weg kwijt bent moet je het even vragen. Dat deed ik zelf vanmiddag ook nog. Mijn tomtom raakt bij een esoterisch centrum al gauw de kluts kwijt.
En even wist ik dan ook niet meer of ik rechts- of linksaf moest. Gelukkig stonden er twee vrouwen te praten op de hoek van de straat. Ik ernaar toe, ik draaide mijn autoraampje open, maar ik stoorde blijkbaar in een goed gesprek.
Want ik hoorde net de één nog aan de ander vragen, zeg jij het eigenlijk tegen je man als je een orgasme hebt…nee, antwoordt haar vriendin, natuurlijk niet, Henk heeft toch liever niet dat ik hem bel op zijn werk.
Dat bewees voor mij meteen één ding. Dat die vrouwen niet voor deze bijeenkomst waren. Want dan kom je nooit klaar, dan blijf je bezig.
Met iets te doen wat misschien wel het belangrijkste is wat er op deze wereld bestaat: een toekomst bieden aan een jongere. Die misschien wel volkomen vast zit thuis, met een vriendje die toch ineens een loverboy blijkt te zijn, met een lastige oom die, zoals bij Tommie, toch zijn handen en zijn piemel niet thuis kon houden, met een school die echt te moeilijk is, met pesten met treiteren met vechten. Met fucking alles wat die youngsters op hun nu al veel te volle bord krijgen.
Jullie moeten niet schrikken van mijn taalgebruik, jongens en meisjes, ik spreek nou eenmaal ABR, algemeen beschaafd Rotterdams, en dat is harde taal. Wij wensen elkaar snel de tyfus, de pleuris en de tering toe, omdat dat ziektes zijn waar je toch haast niet aan overlijdt.
En omdat wij nooit anders geleerd hebben. Ik heb op mijn inburgeringscursus in Rotterdam tenminste nog leren schrijven en lezen via het aloude Rotterdamse leesplankje…tering-aap, tering-noot, tering-mies.
En kan dan net als de oude meneer op het station nog maar één ding tegen jullie zeggen en dat is tering…uit bewondering omdat je zomaar een hele middag in zo’n scharrig schoolgebouwtje bij mekaar gaat zitten in dit centrum voor persoonlijke groei. (Geen moeite overigens met persoonlijke groei, persoonlijk afvallen dat vind ik veel moeilijker). En dat je hier met een klein maar vastberaden groepje voor de kids echt het verschil gaat maken. Ik denk dat Tommie daar boven in de punkhemel, tussen Dis Vicious en Kurt Cobain in, blij en bewonderend zit te knikken. En Tommie uit Sesamstraat ook hoor.
Dank jullie wel, schoolmaatschappelijk werkers en geestelijk gezondheidszorg mensen, dat ik hier mocht zijn. Dat geeft de burger moed en dat kan ook deze burger soms zomaar heel hard nodig hebben.
Dag, ik was Carrie, tot de volgende keer.

